Zachte witte bollen bakken
Aan de slag
-
Gist en droge ingrediënten
Gebruik je verse gist? Verkruimel die dan in de lauwwarme melk en roer tot hij volledig is opgelost. Meng in een grote kom de patentbloem, de basterdsuiker en het zout. Werk je met instant gist? Meng die dan droog door de bloem en laat de melk zoals hij is.
Belangrijk: zorg dat het zout niet rechtstreeks op de gist terechtkomt, want zout remt de gistwerking.
-
Alles samenvoegen
Voeg de lauwwarme melk, de zachte boter en één losgeklopt ei toe aan de kom en meng alles goed door elkaar tot er geen droge bloem meer zichtbaar is. Dit kan met de hand of met een mixer met deeghaken. Het deeg voelt in dit stadium nog plakkerig en rommelig aan. Dat hoort zo.
-
Kneden (10 tot 15 minuten)
Kneed het deeg 10 tot 15 minuten tot het soepel, glad en elastisch is. Plakt het te erg? Voeg dan beetje bij beetje wat bloem toe, maar wees zuinig: te veel bloem maakt je bolletjes droog en compact. Het deeg mag licht plakkerig blijven. Je weet dat je er bent als je een stukje deeg voorzichtig kunt uitrekken tot een dun vliesje zonder dat het scheurt.
-
Eerste rijs (ongeveer 1 uur)
Leg het deeg in een licht ingevette kom, dek af met een vochtige theedoek of plasticfolie en zet het weg op een warme, tochtvrije plaats. Laat het rijzen tot het in volume is verdubbeld, meestal zo’n uur. Koude keuken? Dan duurt het langer. Kijk naar het deeg, niet naar de klok.
-
Verdelen en bollen draaien
Stort het gerezen deeg op een licht met bloem bestoven werkblad en druk de lucht eruit. Verdeel het deeg in 12 gelijke stukken van ongeveer 80 gram; weeg ze af voor bolletjes die straks allemaal even snel gaar zijn. Vorm van elk stuk een strak bolletje: vouw de randen naar het midden, draai het om en rol het met een holle hand in een rondje over het werkblad tot je een gespannen, glad bolletje hebt.
-
Tweede rijs (30 tot 45 minuten)
Leg de bolletjes met voldoende ruimte ertussen op een met bakpapier beklede bakplaat en dek ze af met een vochtige theedoek. Laat ze nog 30 tot 45 minuten rijzen. Wil je ze aan elkaar bakken, zoals breekbrood? Leg ze dan juist dicht tegen elkaar aan, met ongeveer een centimeter tussenruimte.
-
Oven voorverwarmen
Verwarm de heteluchtoven voor op 200 graden Celsius. Begin hier op tijd mee, zodat de oven écht op temperatuur is wanneer de bolletjes klaar zijn met rijzen.
-
Bestrijken
Bestrijk de bovenkant van de bolletjes voorzichtig met het tweede losgeklopte ei voor een mooie glanzende korst. Gebruik een zachte bakkwast en druk niet te hard: de gerezen bolletjes zijn kwetsbaar en zakken zo in. Liever een mattere, zachtere korst? Bestrijk dan met melk in plaats van ei. Dit is ook het moment om er maanzaad, sesamzaad of geraspte kaas op te strooien.
-
Afbakken (15 tot 20 minuten op 200 °C)
Bak de bolletjes 15 tot 20 minuten in de voorverwarmde oven tot ze goudbruin zijn. Ze zijn gaar als ze hol klinken wanneer je op de onderkant tikt. Bak ze niet te lang: juist een korte baktijd houdt de kruim zacht.
-
Afkoelen
Haal de bolletjes uit de oven en laat ze afkoelen op een rooster, zodat de onderkant niet klef wordt van het eigen stoom. Lauwwarm met een flinke klont roomboter zijn ze op hun allerbest.
Veelgestelde vragen
Meestal komt het door te veel bloem tijdens het kneden of door een te lange baktijd. Een zacht broodje heeft een relatief nat deeg nodig; weersta de neiging om bloem te blijven toevoegen zodra het plakt. Haal ze bovendien uit de oven zodra ze goudbruin zijn, ook als dat al na 15 minuten is.
Dat kan, maar dan mis je precies wat dit recept zacht maakt. Het melkvet en de melksuikers zorgen voor een fijnere, zachtere kruim en een bruinere korst. Met water krijg je een broodje dat meer richting een gewoon wit bolletje gaat. Een plantaardige drank zoals sojamelk werkt wél goed als vervanger.
Allebei geven ze een prima resultaat. Instant gist is makkelijker in gebruik en langer houdbaar, verse gist geeft volgens veel bakkers net iets meer smaak. De verhouding is ongeveer 1 op 2,5: 25 gram verse gist komt overeen met 10 gram instant gist. Los verse gist altijd eerst op in de lauwwarme melk; instant gist meng je droog door de bloem.
Doe de vliestest: trek een stukje deeg voorzichtig uit tussen je vingers. Kun je het uitrekken tot een dun, doorschijnend vliesje zonder dat het scheurt, dan is het glutennetwerk sterk genoeg. Scheurt het meteen, dan moet je nog een paar minuten door.
Ei geeft een diepe glans en een stevigere, meer goudbruine korst. Melk geeft een mattere afwerking en een zachtere korst. Voor klassieke weekendbroodjes is ei de klassieke keuze, maar voor extra zachte broodjes voor kinderen werkt melk vaak prettiger.
Zeker, en dat is zelfs aan te raden voor verse broodjes bij het ontbijt. Laat het deeg na stap 3 een nacht in de koelkast rijzen. Haal het de volgende ochtend eruit, laat het ongeveer een uur op temperatuur komen en ga verder bij stap 5. De koude rijs geeft bovendien extra smaak.
Op de dag zelf zijn ze het lekkerst. Bewaar ze afgekoeld in een broodzak of een goed afgesloten trommel, maar niet in de koelkast, want daar droogt brood juist sneller uit. Ze lenen zich uitstekend voor invriezen: laat ze volledig afkoelen, vries ze in en bak ze bevroren 5 tot 8 minuten af op 180 °C. Dan zijn ze weer als vers.
Dat kan prima. Gebruik het deegprogramma voor het kneden en de eerste rijs, en draai, laat rijzen en bak de bolletjes daarna gewoon in de oven. Houd er rekening mee dat de machine zelf niet merkt wanneer je deeg klaar is; controleer dus altijd even met de vliestest.
Twee waarschijnlijke oorzaken: ze zijn niet strak genoeg gedraaid, of ze hebben te lang gerezen. Draai de bollen met spanning op het oppervlak (zie de tip bij stap 5) en houd de tweede rijs op maximaal 45 minuten. Een overgerezen bolletje heeft geen kracht meer over voor de oven.
Zelf zachte witte bollen bakken: weekendbroodjes zoals ze horen te zijn
Wie kent ze niet? Zachte witte bollen op tafel, de geur van versgebakken brood door het hele huis en iedereen die zondagochtend ineens een stuk sneller uit bed komt. Het mooie is dat je voor deze klassieke weekendbroodjes verbazend weinig nodig hebt: bloem, melk, gist, boter, een beetje suiker en zout. Geen desemstarter, geen ingewikkelde technieken, geen speciale oven. Daarmee is dit precies het recept om mee te beginnen als je nog nooit zelf brood hebt gebakken.
Toch is het verschil met een supermarktbolletje enorm.
Zelfgebakken bollen hebben een pluizige, draderige kruim en een dunne, glanzende korst die je nergens kant-en-klaar koopt. En je bepaalt zelf wat erin gaat: echte roomboter, volle melk en verder niets.
Het geheim van zachte broodjes zit in drie dingen.
Ten eerste melk en boter in plaats van alleen water: het vet in beide maakt de kruim zacht en houdt je broodjes langer vers. Ten tweede goed doorkneden tot het deeg elastisch is en de vliestest doorstaat, want dat glutennetwerk vangt de lucht op die je broodjes luchtig maakt. En ten derde: niet te veel bloem toevoegen en niet te lang bakken. Een licht plakkerig deeg en een korte baktijd zijn precies wat een zacht broodje zacht houdt.
Dit basisrecept levert 12 bollen op, genoeg voor een volle ontbijttafel of een lunch met het hele gezin. En zodra je het onder de knie hebt, is het een vertrekpunt voor van alles: puntjes, breekbrood, kaasbroodjes, krentenbollen of hamburgerbroodjes. Hetzelfde deeg, een ander resultaat.
Bij Thuisbakkerswinkel vind je alles voor de thuisbakker op één plek: van patentbloem, gist en bakkerszout tot bakplaten, bakkwasten en broodzakken. Als echt Zeeuws familiebedrijf, met de molen als inspiratiebron, delen we onze liefde voor ambachtelijk bakken graag met jou. Bestel je vóór 13:00 uur, dan gaat je bestelling dezelfde werkdag nog op de post. Veel bakplezier met je eigen zachte witte bollen!